Dood/Wij Leven!

Simon de Boer zijn project Dood/Wij Leven! bestaat uit een collectie, een essay, een muziekstuk en een performance.

 

De collectie werd voor een groot deel gemaakt uit oude, zwarte leren jassen die uit elklaar werden gehaald en waarvan de goede stukken eerst gereinigd en daarna aan elkaar gestikt werden. Simon de Boer was één van de eerste ontwerpers die oude kleding recyclede door ze de basis te laten zijn van nieuwe collecties (zie ook Dress Rehearsal Rag en The Bride). Voor hem was dat ook een manier om de clichématigheid van de mode te tonen; in de zwart leren kleding van de collectie komen, volgens een vast patroon, steeds dezelfde, archetypische of generieke zakken voor, gehaald uit de oude stukken. De ontwerpen uit het gerecyclede leer krijgen door het hergebruik een interessante 'huid'. Simon de Boer noemt ze palimpsesten. Palimpsesten zijn zeer oude vellen perkament die meermalen beschreven zijn; perkament werd meerdere keren gebruikt omdat het kostbaar was maar omdat het verwijderen van de oude tekst niet helemaal lukte schijnt die door de nieuwe tekst heen: in de nieuwe zwart leren stukken schijnen eerdere gebruikslevens door en dat past bij het thema van de collectie.

De zwarte leren stukken werden ook in nieuw rood en wit leer gemaakt dat diagonaal werd verwerkt; een broek heeft geen rechte zijnaad maar deze spiraalt rond de pijp omhoog. De rood-witte stukken hebben binnen de collectie een signaal waarde, zoals politietape dat wordt gebruikt bij ongelukken. 'Het zijn ook uitroeptekens die tussen het zwart opspringen!', zegt Simon de Boer.

Verder bestond de collectie uit de z.g. schaduwstukken: kledingstukken werden gespiegeld, aan een overhemd zat een omgekeerd overhemd vast et cetera. Simon de Boer wou zo uitdrukken dat de dood aan het leven vastzit, je komt er nooit vanaf. Maar de schaduwstukken bieden natuurlijk ook nieuwe draag-opties waarmee de gebruiker kan spelen. Door de schaduwstukken ontstaan ook dubbele lagen, de collectie is een wintercollectie. De schaduwstukken werden in een klassieke krijtstreep uitgevoerd en in monumentale breiwerken, beide van wol. Schaduwstukken-T-shirts werden bedrukt doordat een motor eerst door verf reed en daarna over de shirts. Een diagonale wollen stof in rood-wit werd speciaal voor de collectie in Schotland geweven. Hier werd de winterjas van gemaakt. Cadeau-strikken - van het soort dat opkrult als je aan het draadje trekt - werden gemaakt uit zwart leer en als corsage gedragen, als draadje werden lange zwarte kettingen gebruikt.

 

Essay: Simon de Boer schreef het essay als een aanmoediging tot waarachtig leven. Maar hoe doe je dat? In het essay komt een stoet van radicale denkers langs die de lezer opjutten; schrijven is voor Simon de Boer ook een vorm van doorvertellen, tijdens zijn studie filosofie is hij zoveel interessants tegen gekomen en dat wil hij graag met de lezer delen en in een eenvoudige vorm her-vertellen. Daarnaast schrijft Simon de Boer over wat er met je lichaam gebeurt, nadat je gestorven bent. Daarvoor liep hij een paar dagen mee met iemand die doden 'aflegt'. Voor Simon de Boer is het essay een soort spookhuis, je gaat er in, het wordt best heel griezelig, maar aan het einde rijdt het wagentje het zonlicht weer in: Nog niet!

Het essay werd tweetalig uitgegeven in de vorm van een magazine, vormgeving Erik Wong, fotografie Johannes Schwartz, vertaling Tom Johnston. In het essay is ook een cd opgenomen met het muziekstuk voor de show.

 

Muziekstuk: Simon de Boer bewerkte hiervoor een stuk van John Cage, de 36 mesostics re and not re Marcel Duchamp. Een mesostic is een stuk tekst waar in het midden (mesos), van boven naar onder, een woord te lezen is. In het stuk van Cage is dat Marcel of Duchamp. Simon de Boer veranderde de teksten of schreef geheel nieuwe met in het midden, van boven naar onder, de letters W.M.E.V.V.J. (de afkorting van Wees Meester en Vormgever van Jezelf) en gaf zijn stuk de volgende titel mee: 16 mesostics re and not re John's Cage 36 mesostics re and not re Marcel Duchamp. De teksten werden ingesproken door acteur Cas Enklaar of gezongen door bariton Onno van Heerlien. De studiotechniek was in handen van Melcher Meirmans bij studio Rec-sound.

 

Performance: Vier autowrakken, die met de grootste moeite door zes man de grote zaal van theater Frascati in werden gedragen, en een zebrapad vormde het decor voor de performance rond de presentatie van de collectie. Het publiek zat op de tribune, de 16 modellen liepen daartussen door, bleven beneden nog even voor het publiek staan om vervolgens hun plek in te nemen onder, in, tussen of op de wrakken. Het eindbeeld was dat van een verschrikkelijk ongeluk. Na afloop begon de aanwezige pers te filmen, net als bij een echt ongeluk en precies zoals Simon de Boer het van tevoren had uitgedacht. De modellen droegen zwarte kapjes over het gezicht zodat ze het gezicht verloren, het haar was van Patrick Moonen, Shampoo Planet. Het camerawerk voor de video was van Bart van der Berg, Simon de Boer deed de montage. 

 

Dood/Wij Leven! kwam tot stand met subsidie van het Fonds voor beeldende kunsten, vormgeving en bouwkunst en van het Prins Bernhard Cultuurfonds. Daarnaast leverde de drukker van het essay, drukkerij Rob Stolk, een sponsorbijdrage.

Boven: toegangskaartje Frascati 30 maart 2003. Onder: de uitnodiging voor Dood/Wij Leven!.